Nou ja, EP, het is vrij karig hoor, maar de nummers die erop staan, die zouden zomaar weleens interessant kunnen zijn. Het zijn maar drie nummers die op deze EP staan, die gedoopt is als Read Silence. Het zal via het label Interscope uitkomen op 14 april. Hierop staan dus drie remixes, en de band heeft gekozen om niet de singles als remix uit te brengen, maar nou juist wat obscuurdere tracks. Zo is de eerste track een Willie Isz remix van ‘Shout Me Out’ door Jneiro Jarel. Zanger Adebimpe zal op zijn volgende album te horen zijn.
De volgende remix is van Gang Gang Dance (je weet wel, die band die al zijn spullen verloor in een kleine brand in Paradiso. Oh wat zullen die snel naar ons landje terugkomen…). Zij zullen de track ‘Stork & Owl’ onder handen nemen. De laatste remix is van de Glitch Mob, en zij zullen hun kunsten vertonen op het nummer ‘Red Dress’. Dear Science, het album waar deze nummers vandaan komen, werd in 2008 door ons gekroond als album van het jaar, en daar staan we nog steeds achter.
TV on the Radio zal komende zomer nog maar eens door Europa touren. Nederland staat vooralsnog niet op het programma, maar er zitten nog een paar gaten in het schema.
Omdat wij wel houden van een goed geschiedenislesje, de band die begon in 1971, zal een concert houden om wat interesse te wekken in hun nieuwe album, wat Cause I Sez So zal heten. Altijd leuk als oude bands proberen mee te gaan in de tijd met nieuwe spellingsfenomenen… Het zal pas het vierde album van de band worden. Hun laatste album kwam uit in 2006, hun eerste twee in 1973 en 1974. De glam rockers lieten met hun eerste twee albums het nodige achter voor een latere generatie om te gebruiken. Onder andere Morrissey is beïnvloed door deze band.
Dit is niet het enige stukje geschiedenis echter, want het concert zal plaatsvinden in de winkel van John Varvatos, waar vroeger de befaamde rock club CBGB’s zat. Op 315 Bowery bij Bleecker Street stond de club, waar enkele legendarische gigs hebben plaatsgevonden. Nu is het nog steeds één van de hippere buurten in Manhattan, hoewel het artiestenleven meer verplaatst is naar Brooklyn. De club sloot drie jaar, maar de herinneringen aan Patti Smith, The Ramones, The Jam, Pavement, en de Talking Heads zijn nog steeds levend. In het nummer ‘Life During Wartime’ van de Talking Heads wordt de club nog bij naam genoemd.
Album recensie- Nonsense in the Dark van Filthy Dukes
Olly Dixon, Tim Lawton, en Mark Ralph, aka de Filthy Dukes, kregen al enige naamsbekendheid met hun remixes, zodanig zelfs dat ze een hele lijst met zangers (en één zangeres, zoals iedereen weet worden in indie vrouwen, mensen met een donkere huidskleur, en fans van de tv-serie M.A.S.H. achtergesteld) wisten te strikken voor het album. Niet dat het allemaal A-list namen zijn overigens, de bekendste is Samuel Eastgate. Dat waarschijnlijk alleen omdat hij in Late of the Pier zit, en niet direct vanwege zijn fluwelen zang. Die track die hij zingt overigens, ‘This Rhythm’, werd wel goed genoeg bevonden door Fred Falke om te remixen, dus alle credentials zijn er om positief uit te kijken naar het album geheten Nonsense in the Dark.
‘This Rhythm’ opent ook het album, en zonder Eastgate nu meteen te bombarderen tot Gaye (Marvin, dus niet dat ik iemand een seksuele voorkeur opdring en het en passent nog met verkeerde spelling doe ook), zijn stem past wel bij het nummer. Hij en Ben Garrett hebben ook beide een zeer karakteristieke stem, Eastgate een beetje krakerig en rauwig, en Garrett een beetje hoogachtend en- dare we say it?- pedant. Dat zijn aardige tegenstellingen, en de Filthy Dukes hebben dus niet voor een bepaalde aanpak gekozen qua stijl. Zo zijn ‘Nonsense in the Dark’ en ‘Poison the Ivy’ wat rustiger en wat melancholischer van toon, terwijl je bijvoorbeeld bij het nummer ‘What Happens Next’ een wat electro-rock achtige tune hebt. Dat komt ook door de ruwe stem van de zanger van de Amerikaanse band Foreign Islands. Al deze stijlen zorgen dus voor een eclectische mix.
Deze mix komt af en toe met zeer fijne nummers, die zowel de dansvloer in vuur en vlam zetten alsmede- oh cliché- enkele van de medenummers. Dat is het nadeel als je zo sterk leunt op meerdere mensen die niet alleen op de nummers zingen, maar ze ook vaak schrijven. Zo krijg je dus dat soms je door teksten moet worstelen als “You send me messages” als refrein, wat zelfs voor een electro nummer enigszins blasé is, nietwaar? Hoewel het nummer ‘Tupac Robot Club Rock’ nog wel Woody Allen in het nummer weet te vermelden- waardoor het nummer meteen gecastreerd wordt van elke urban pretentie die het mogelijk had- kan het mixen van rap en electro beter aan N.A.S.A. worden overgelaten (en zelfs daar, zelfs daar kwam het tragischerwijs nooit helemaal goed mee).
Er zijn tevens wat puur instrumentale nummers op het album gezet, en die steken wat saaitjes af in vergelijking met de rest. Alsof de heren dachten dat zonder vocalen ze niet zo goed hun best hoefden te doen omdat ze toch niemand konden teleurstellen ermee. Blijkbaar nog niet wetend dat de nummers op een album zouden komen dat daadwerkelijk in de winkels zou komen te liggen. Nu doet het een beetje aan als albumvulling. Nog raarder dat er überhaupt mensen van buitenaf zijn binnengehaald is dat één van de Dukes gewoon kan zingen! We hadden het niet verwacht, en het duurt ook tot track negen voordat we erachter komen. Dat nummer zingt Tim Lawton zelf omdat degene die het schreef, Brandon Curtis (The Secret Machines) al op het volgende nummer te horen is, ‘Don’t Fall Softly. Dat duo aan tracks is tevens het sterkste punt van dit album. Instrumentaal is het catchy, en de teksten passen precies. “When he knew, we both knew you must’ve noticed him, as I noticed you too.”
Naast dit duo is ook de title track, ‘Nonsense in the Dark’, een hoogtepunt. Het begint met een vrolijke synth, waarover vervolgens de melancholische stem van Orlando Weeks (The Maccabees) zingt om het te veranderen in een soort van slow disco nummer. Daarbij zingt hij de heerlijke Engelse zin “It’s all nonsense in the dark, love,” wat niet meer Brits had kunnen zijn al stond het op de foto met Maggie Smith bij de Big Ben. De zin is heerlijk zacht, feminien, obscuur, silly, en informeel, allemaal karakteristieken van de typische Britse dialoog. Nonsens an sich is al iets wat dicht bij het hart van de Britten ligt, of anders verwijs ik u naar Michael Palin, Cleese, en de rest van het vliegende circus. De betekenis is niet transparant op het eerste gezicht, maar sowieso is het eerste wat de aandacht trekt het gebruik van de taal zelf. Ook de stem is zo afstandelijk dat hij zelfs in een “la-la-la” afglijdt.
Hoewel de dalen nooit echt in troggen veranderen, zorgen de pieken relatief voor het zicht op middelaards lava bij sommige nummers. Tracks als ‘Nonsense in the Dark’, ‘Don’t Fall Softly’, en ‘This Rhythm’ zal je vaak willen draaien, alleen dan is het zo mild irritant dat die andere tracks ertussen zitten. De kans dat je individuele tracks meer zult afspelen dan dat het album ooit volledig op de platenspeler terecht komt is dan ook groot. Je vraagt je eigenlijk af of ze met z’n drieën alleen niet een veel consistenter album zouden hebben afgeleverd, of met een vaste collaborateur als Brandon Curtis. Nu is het misschien te zeer up en te zeer down.
De april mixtape is er! En we beginnen met een zomerse wandeling met het dromerige ‘Ok’ van onze band van maart, The Invisible. Gezien op Motel Mozaique (zie ons verslag) en geïnterviewd (zie onze interview sectie). Maar voorlopig is dit even het laatste (hoewel, op Pitchfork staat een track recensie van ‘London Girl’ en de Matthew Herbert remix van dat nummer, dus ze zijn on the up). Vervolgens gaat de zon langzaam onder en vinden we ons opeens in donkerdere sferen met een nummer van het nieuwe album van Depeche Mode, de nieuwe single van Patrick Wolf, In Flagranti, om gedesillusioneerd the eindigen met ‘Runaway’ van het nieuwe album van de Yeah Yeah Yeahs. Om nog even de Jarvis hype verder te laten gaan, het derde nummer is een Roisin Murphy take op de Pulp ballad (!?!) ‘Sorted For E’s and Wizz’ terwijl later een Moloko remix nou juist een rustigere take vormt op het nummer ‘F.E.E.L.I.N.G.C.A.L.L.E.D.L.O.V.E.’. Ook leuk mocht je nog concerten zoeken, Jarvis (frontman Pulp) staat in Paradiso (juni), de Filthy Dukes komt op de Koninginnedag van London Calling, Yeah Yeah Yeahs staat in Paradiso (april), Chester French staat in Paradiso en Rotown, Depeche Mode staat op Pinkpop, en Royksopp en The Invisible stonden afgelopen vrijdag op Motel Mozaique, in welk geval je dus pech hebt.Ok - The Invisible / Fences - Phoenix / Sorted? - Roisin Murphy vs Pulp / Far Away - Cut Copy (Golden Filter remix) / She Loves Everybody - Chester French (RAC remix) / Alone - Dan Black / Hey You Guys - Circlesquare (The Juan MacLean remix) / F.E.E.L.I.N.G.C.A.L.L.E.D.L.O.V.E. - Pulp (Moloko remix) / Fragile Tension - Depeche Mode / Vulture - Patrick Wolf / Happy Up Here - Royksopp (Holy Fuck remix) / It Was Like Nothing Before or Since - In Flagranti / Light Skips Cross Heart - Filthy Dukes / NASA - Futurecop! (Cryptonites remix) / Runaway - Yeah Yeah YeahsIKRS April mixtape- from sunny evening till the end of the night.mp3 - Various
De nummers van de week bestaan uit een willekeurige greep van nieuwe nummers die mijn oren hebben gevonden. Bijvoorbeeld nieuwe nummers live gespeeld, remixes, nieuwe singles, of willekeurige tracks van nieuwe of aankomende albums. Dit laatste wordt dan bepaald via de shuffle knop, dus compleet random. Is het representatief? Niet altijd, indicatief misschien al iets meer. Een snel, willekeurig kijkje in wat nieuw is of wat er aankomt.
Track van de week:
‘Dancers’ van Circlesquare (Russ Chimes + Anoraak remix)
We love Circlesquare. Maar wij houden ook van remixes gemaakt van nummers van Circlesquare. Vooral omdat het album van de artiest zo geweldig beteugeld en ingetogen was, en omdat de remixes dus er dansvloer nummers van kunnen maken. En dat doen Russ Chimes en Anoraak dus ook maar. Van de ingetogen spanning naar een heerlijk dansbaar, welhaast poppy nummer. Russ Chimes was eerder dit jaar ook al verantwoordelijk voor een zeer goede remix van Justin Faust’s ‘Revenge’, dus de combinatie moest eigenlijk ook wel goed aflopen.
http://hypem.com/#/search/dancers%20circlesquare%20chimes/1/
‘Die Slow’ van Health
De noise rockers uit LA kwamen afgelopen week met ‘Die Slow’, en met noise begint het nummer ook. Als je daardoor niet afgeschrokken bent dan wordt het nummer steeds beter en iets meer gestroomlijnd dan in het begin. De dromerige, distant vocals over de wat noisy gitaar en synth heen werkt goed. Misschien begint het een beetje off-putting omdat het iets te noise-achtige begint, maar als het daarna zijn draai vindt verandert het in een zeer fijn nummer zonder de noise achtergrond te verloochenen.
http://hypem.com/#/search/health%20die%20slow/1/
‘Talk To Me’ van Peaches
Toen wij dit nummer als clip van de dag hadden zeiden we al dat naar verluidt dit niet het beste nummer was van het album. En laten we het hopen, want Peaches hoort toch creatiever te zijn. Spunky, dat wel, maar ook wel erg recht toe, recht aan. Beetje Beth Ditto goes electro, en om dat te doen hebben we Beth Ditto en haar Gossip al. Vol attitude, maar ik kan eigenlijk niet meer zeggen dan dat het nummer rechtdoorzee is, en dat we van dat soort nummers er al genoeg hebben eigenlijk, stiekem, toch wel.
http://hypem.com/#/search/talk%20to%20me%20peaches/1/
‘Alone’ van Dan Black (Stockholm Syndrome club mix)
De key word is hier, mind you, club mix. Dan Black is één van die nieuwe singer/songwriters met synth invloeden zoals Frankmusik of, aan de vrouwelijke kant, Little Boots. Dit nummer is van die wat zachtere sound omgetoverd in een club mix, inclusief grootse momenten. Niet dat dat per se erg is, het probleem is dat de vocalen totaal niet passen bij deze club mix. Oftewel, leuk dat het een club mix is, maar het nummer past er niet bij, dus lijkt het een mix met een nummer erop geplakt. Beetje rare gewaarwording.
http://hypem.com/#/search/alone%20stockholm%20syndrome/1/
‘Zero’ van de Yeah Yeah Yeahs (Erol Alkan remix)
Beats en een fluisterende Karen O, wat wil je nog meer? En nog dansbaar ook! Erol Alkan, die op Koninginnenacht (dag? Wie wil er nu nog een extra feestdag anyway, alsof we en masse Goede Vrijdag en Drie Koningen hebben gevierd…) in Paradiso zal draaien, weet een heerlijk beweegbare track te maken met de vocalen van Karen O er op de juiste momenten erdoorheen. Eerst fluisterend, dan schreeuwend, en bij beide klinkt het fijn bij dit nummer. Deze gaan we nog wel in de clubs horen denk ik zo.
http://hypem.com/#/search/zero%20erol%20alkan/1/
‘I’m a Freak’ van Nic Xedro
New Yorker Nic Xedro raakt geïnspireerd door mensen die hij kent met dat beetje plezier in het leven, travestieten, drag queens, artiesten, enzovoort (zeker zijn woorden, zoiets zou ik dan weer net niet in andermans mond durven te leggen. De woorden dus.). Dus dat een nummer van hem komt getiteld ‘I’m a Freak’ is niet geheel verrassend. Wel verrassend is dat het zeer mellow is, rustig, zomerig bouncy. Wat goed en wel is, alleen herhaal dan niet zo vaak “I’m a freak” om vervolgens op een soort van kinderrijm ritme te zingen: “I wanna see how freaky you’ll get with me, get with me get with me. I wanna see how freaky you can be, you can be, you can be.” Soms werken dat soort juxtaposities wonderwel, in dit geval klinkt het misschien toch te kinderlijk in plaats van freaky of oncomfortabel.
http://www.myspace.com/nicxedro
Live recensie- Motel Mozaique op vrijdag
Contrasterend is het zeker, de binnenstad van Rotterdam en de driehoek van Schouwburg-Watt-Rotown zo op deze vrijdagavond. In de stad zelve is het volk en masse uitgetrokken om flanerend (hoewel, niet in hun beschrijving waarschijnlijk) zich tussen de winkels te begeven. Daarentegen loopt in die eerder genoemde driehoek al dat wat anders is en ook zo gekleed gaat. Zodanig zelfs dat het niet eens vanzelfsprekend is dat, op de weg van Watt naar Rotown, de man met dat nonchalante haar en die oversized nerdy bril daadwerkelijk Erlend Øye is, de frontman van het later in Watt optredende The Whitest Boy Alive. De eenzame wandelaar is toch echt de later zingende man.
Misschien was Øye wel naar Dag för Dag, het Zweedse duo (live trio) wat eerder al te bewonderen was onder andere als voorprogramma van de band Wolf Parade, de band met ondermeer Dan Boeckner, die ook nu weer na deze band zal optreden alleen ditmaal als onderdeel van Handsome Furs. Als Øye inderdaad naar Dag för Dag was geweest pakt IKRS in essentie mee van die set wat Øye heeft gemist, om er gelijk achter te komen waarom Øye heeft gemist wat IKRS nu meepakt. Want, net als voor Wolf Parade toentertijd, is het niet erg speciaal wat het trio uit Zweden laat zien. Ook de glitterhaarband van het vrouwelijke component van de band, Sarah Snavely, verandert daar weinig aan, en de zo zwaar mogelijk opgezette stem van Jacob klinkt allerminst natuurlijk en overtuigend. Niet dat het algeheel drama is overigens, maar het is louter adequaat, en dat is de nieuwe ondermaatsheid met zoveel creatieve mensen die dat in muzikale vorm uiten.
Tijdens dit Zweedse optreden werken Dan Boeckner en zijn vrouw Alexei Perry zich in omgekeerde volgorde al naar voren om snel te kunnen beginnen met opzetten. Dit is zo gedaan, waarna het duo in het kleine Rotown een heerlijk punky show weggeeft. Perry zorgt voor de ruwe elektronica terwijl Boeckner met gitaar eroverheen dendert, misschien niet altijd in harmonie, maar laat de harmonie maar aan Wolf Parade over. Hier komt Boeckner live ook misschien meer tot zijn recht, lekker rockend gitaarspel terwijl hij de teksten uitspuwt. Dat zingen, overigens, komt dicht in de buurt met wat hij bij Wolf Parade doet. Logisch, zou je zeggen, maar ik heb het hier over intonatie en ritme, waardoor als je voornamelijk op de zang let je niet altijd het verschil merkt.
Als dit dreigt dan komt Perry al staande op één been (en dat doet ze vaak) met weer een rauwe elektronica beat terwijl ze kijkt naar Boeckner alsof ze hem wilt daar en nu. Had ik al vertelt dat ze in een kort rokje, een achterkantloos topje, en welhaast fluorescerend groene BH op dat podium stond? En op een gegeven moment Boeckner aan het haar trekt op een manier die iedereen die ooit een beetje een leuke damwedstrijd heeft gespeeld bekend voorkomt? Het is maar goed dat ze getrouwd zijn, wat zou vrouwe Boeckner anders zeggen? En hoe zou Perry worden vermoord, of gaan we dan te zeer naar een heteroseksuele vertelling van Joe Orton, who was “bludgeoned in the head”? Als ik in het Engels mocht typen zou ik vervolgens de verschrikkelijk voor de handliggende woordgrap “at least they killed the room” erin verwerken, wat ik nu alsnog doe puur voor mijn eigen vermaak, en om duidelijk te maken dat ze een goede set speelden.
In de kelder van Watt de ondankbare taak aan The Invisible (interview hier) om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen het moment uitstellen waarop ze naar Röyksopp en The Whitest Boy Alive gaan. Ongeacht de kwaliteit gaat dit natuurlijk nooit gebeuren want per slot van rekening heeft het gros van de mensen ondermeer een kaartje gekocht om in ieder geval één van deze twee acts te zien. Dus dat de kelder leegloopt heeft weinig met The Invisible te maken, of toch een beetje. Want met twee electro/disco headliners en verder een vrij elektronisch aandoende line-up valt The Invisible een beetje uit de toon. Het begint al met een puur instrumentale opener, om maar te zwijgen over de minuten durende outro, tevens zonder vocalen. Dat overigens wel en passent muzikaal het beste moment van het festival was.
Okumu komt op in een soort van wizardachtige cape- denk Gandalf maar dan donker en ietwat forser-, en die covert het bovenste van zijn gezicht. Het grootste probleem is dat Okumu niet een hele goede zanger is, wat op het album nog wel kan worden geremedieerd zonder al teveel vals spelen, maar als we dan toch overgaan op live instrumentatie dan vervalt zijn zang een beetje in het niet. Of hij moet zijn stem trainen en meer krachtig zingen, of de afstellingen moeten anders, want nu is het moeilijk om het vocaal gezien een degelijk optreden te noemen.
Echter, het zijn dan ook muzikanten. Muzikanten in hart en nieren, en waarschijnlijk ook in witte bloedcellen en ontbijt. Elk nummer klinkt expres anders dan op album. ‘London Girl’ wordt net wat funkier en krijgt een bewerking met een koebel, en andere nummers worden misschien net wat meer rockachtig. Alles wordt in ieder geval instrumentaal langer gemaakt op een manier die verraadt dat het zeer bekwame muzikanten zijn. Ondergetekende is opgegroeid met de blues en ziet het live album van The Allman Brothers Band live at the Fillmore East nog steeds als één van de beste live albums ooit opgenomen, dus dit is koren op mijn molen. De outro, met een uittredende drum die vervolgens weer wordt opgebouwd om de gitaarsolo van Okumu bij te staan; het is muziek zoals velen bandjes het niet meer kunnen. Ouderwets haast. Als je de wat shaky zang voor lief neemt is er genoeg om van te genieten.
Die outro, echter, kan maar overgeleverd worden door een handjevol mensen, want iedereen staat al bij de twee headliners. De plaats ergens achterin in de grote zaal van Watt is verre van ideaal, mijn lengte in vergelijking met de lengte van de gemiddelde persoon voor mij nog veel minder, maar vanuit mijn plaats zie zelfs ik het charisma van de eenzame wandelaar Øye, die zich omringt heeft met zijn band om een soort van minimalistische disco weg te geven. Met de heupen zwieren mag, en bij tijd en wijle neemt Øye het voortouw. Achterin moeten de laatkomers toezien hoe in het midden gedanst wordt. Dat moet wel, maar dat doet niet iedereen, sommige mensen niet snappend dat mensen zich niet achter twee meter lange medepersonen vestigen uit weelde. Hoe prachtig gebouwd de rug van mijn voorganger ook was, u-vormig in spiermassa met een lang doorlopende drakenhals zonder veren (want draken hebben schubben, nietwaar?): ook ik zie liever Øye. Dus in godsnaam, stop met duwen, start met denken, en zet dat uw hele leven voort.
The Whitest Boy Alive is er niet om dat soort randperikelen in goede banen te leiden, maar om een catchy en dansbare show af te leveren. Dat doen de heren ook. Verwacht geen volle electro met grootse momenten, maar een catchy, zachtaardig geluid waar de termen nerddisco en gaydisco, mits losjes gebruikt, toch wel enigszins op zijn plaats zijn. Niet voor niets wordt voor aanvang een Lindstrom disco remix van een Franz Ferdinand nummer gedraaid, gevolgd door ‘Happy House’ van The Juan MacLean. Dan nog net wat zachtzinniger, en dat is het geluid waar The Whitest Boy Alive de hele set mee vol krijgt. Øye krijgt het publiek mee met zijn enthousiasme en openheid, en zo laat de laatste band van die nacht iedereen mooi afdansen of indansen, afhankelijk of je de DJ sets nog meepakt of niet.
De voormalig Talking Heads frontman is bezig met een nieuw solo album. Zijn laatste album was in samenwerking met Brian Eno, maar het lijkt erop dat hij nu met meer mensen de spotlight zal stelen. Want, zo vertelde Byrne aan de BBC, elk nummer op het nieuwe album zal een andere vrouwelijke vocalist hebben. Onder deze vrouwelijke collaborateurs zullen Roisin Murphy, Tori Amos, Santigold, en Alice Russell.
Dat is niet het enige opzienbarende nieuws, want er kwam ook naar buiten dat het album een conceptalbum zal worden. Het album dat Here Lies Love zal gaan heten, zal namelijk gaan over Imelda Marcos, weduwe van de voormalige Filippijnse dictator Ferdinand Marcos. Imelda staat bekend om haar invloed in de Filippijnse politiek en om haar gigantische schoenencollectie (we verzinnen het niet. Niet dit keer.) Zij kreeg de bijnaam “Steel Butterfly”.