dinsdag 20 juli 2010

Degelijk begin en goed einde voor de maandag van De Affaire

Live verslag De Affaire maandag, 2010
Met o.a. Pantha du Prince, Post War Years, e.a.

Het punt van een gratis festival is natuurlijk, de mensen zijn er niet voor de bands (hoewel, soms heb ik het gevoel dat dit voor alle festivals geldt, maar bij gratis festivals zeker). En half acht, tja, dat is net na etenstijd, en de afwas staat er nog, en je moet er ook een beetje fatsoenlijk aankomen natuurlijk he. Dus bij Post War Years staan nog niet zoveel mensen. Het jonge viertal weet ook niet zo goed wat het daarmee aanmoet lijkt het. Niet dat de band keus heeft, want ze kunnen moeilijk van het podium afgaan. Dus gaan ze spelen, en dat doen ze alleraardigst.

Een tijd terug (grandpa speaking here, but not really, twee jaartjes of zo) was het een band die door enkelen getipt werd en dat mij ook aansprak. Twee jaar later zijn ze een beetje naar de achtergrond verdwenen. En in mijn herinnering was het een bandje dat een soort math-rock speelde, wat ze ook wel doen, maar dan toch net wat anders dan dat het in mijn hoofd zat. Zo is het eerste nummer vrij catchy en dansbaar, en heeft het volgens mij een paar funky blazer samples gestolen van één of ander disco nummer. Daartegenover staan dan nummers die niet dansbaar zijn. Zelfs in zoverre dat de band zelf zegt, okay, je mag het proberen, but history shows, het is onmogelijk hierop elegant te bewegen. Deze verscheidenheid aan nummers zorgen voor een alleraardigste mix met een paar aardige muzikale dingen die op het publiek worden afgevuurd. De vier jongelingen geven er wel na ruim een half uur al de brui aan, wat enigszins kort is misschien. Daarentegen moet je een publiek waarvan het gros waarschijnlijk niet voor jouw muziek komt ook niet vermoeien met een ellenlange set, en de vier heren geven toch een goed beeld van wat ze kunnen en waar ze voor staan.

Waar Memoryhouse voor staat weet nu nog steeds niemand. In de Ruïne lijken er altijd opstart problemen te zijn, want in het begin klinkt het wederom abominabel. Maar waar gisteren The Hundred in the Hands daar glansrijk doorheen kwam lijkt dit niet het geval voor het jonge trio. De zangeres verdrinkt tussen de bas en gitaar naast haar. Ik heb ooit een blues documentaire gezien waarin tijdens de rehearsals een vriend van de band langskwam en iets zei in de trant van why are you letting this poor woman fight against the music for? Nu blijkt dit wel enigszins te horen bij de grainy, ruisachtige sound die de band lijkt na te streven, maar de sereenheid die van nature in haar stem ligt gaat hierdoor voor mijn gevoel wel verloren.

Nu heb ik het persoonlijk niet echt op een ruisachtige sound dus voor mij is het dan misschien sowieso al moeilijker om erin op te gaan, maar ik heb ook niet het idee dat dit echt de beste set is die ze ooit hebben gespeeld regardless of personal preferences. Ze winnen wel de prijs voor awkward banter, want als de verlegen zangeres op haar pogingen contact te maken weinig respons krijgt vraagt ze maar hoeveel mensen er hier eigenlijk Engels kunnen. Niet op een hatelijk manier overigens, ze leek oprecht verbaasd toen eigenlijk iedereen zijn/haar hand opstak. Heeft ze toch wel nog contact gemaakt, gotta give her that.

Als een koning komt Daedelus het podium op, in zijn blazer en met zijn bakkebaarden. Hij zet zich achter zijn zelfgemaakte apparatuur en trekt vervolgens hard van leer. Het is in ieder geval niet saai kijken naar iemand achter een laptop, want de man geeft wel een show weg. Animatie kan de man niet ontzegd worden. Daar stopt voor mij de meerwaarde ook. Ik hou niet van dit soort sample muziek waarin om de tien seconden iets anders wordt opgezet. Dingen waar ik van hou zijn flow, opbouw, en climax. Niet zozeer dit geskip en gehop naar allerlei compleet uit elkaar liggende samples. Daarentegen, met het oog op hoe “we” tegenwoordig de media verorberen zou dit zowaar de toekomst kunnen blijken, want ons geduld met televisie en boeken raakt op en we willen snippets, snelle korte dingen absorberen. Wat betreft muziek heeft deze maatschappelijke trend mij nog niet bereikt in ieder geval.

Pantha du Prince is in essentie alles wat Post War Years en Daedulus niet zijn. Dus ook al is het “dance” avond volgens de presentatoren van de Affaire, er valt eigenlijk compleet geen lijn te herkennen behalve dat er inderdaad op allen op de een of andere manier gedanst kan worden. Pantha du Prince is nou juist van de opbouw, van het sfeer maken, van de hypnose. Met een capuchon komt de mysterieus uitziende Pantha du Prince op en hij installeert zich achter zijn equipment. Op de achtergrond worden er beelden geprojecteerd op het scherm die sfeerverhogend moeten zijn, maar eigenlijk is het visuele aspect vrij bescheiden. Een samenwerking met een visual artist zou misschien een nog rijkere live ervaring kunnen opleveren, maar het gebeurt eigenlijk zo zelden.

Vol met mensen staat het. Maar misschien hadden enkelen ook wel echt een “dance” avond verwacht. Grote beats, hoogtepunten, climaxen, handjes in de lucht: het ontbreekt. Het is meer minimal, en zeker in het begin lijken mensen het ontbreken van de echte beats een teken te vinden om te praten. Zelfs vooraan. Voor de mensen die dat weten uit te blokken is er genoeg te genieten though. De minimal beats krijgen in ieder geval mij onder hypnose en aan het dansen. Is dit een feestelijke afsluiter die iedereen in het zweet krijgt? Nee, maar goed, je weet dat Pantha nou juist het tegenovergestelde levert: goed opgebouwde, sfeervolle nummers die op een andere manier perfect zijn voor de late nacht. En nu is het misschien niet de late nacht, maar als laatste band is hij voor hen die zich door dit soort muziek kunnen laten betoveren een zeer sterke afsluiter. En blijkbaar gaat hij nog in Doornroosje komen dit jaar ook! Het houdt maar niet op.

Geen opmerkingen: